Skip to main content

<< ACTUALITEITEN

Armoede: wanneer er geen marge meer overblijft

Oktober 2026

17 oktober – Werelddag van het verzet tegen armoede

De huur betalen. De verwarming betalen. Zorg betalen. Je gezin te eten geven. Schoolkosten of een onverwachte factuur betalen.

Dat zijn gewone uitgaven. Toch is het voor een deel van de bevolking een steeds moeilijkere evenwichtsoefening om ze allemaal in dezelfde maand te kunnen betalen.

Armoede begint niet noodzakelijkerwijs pas wanneer er niets meer over is. Het slaat toe wanneer elke euro al een bestemming heeft, geen enkele uitgave kan worden opgevangen zonder ergens anders op te besparen en één onverwachte uitgave volstaat om een budget uit evenwicht te brengen.

Ter gelegenheid van de Werelddag van het verzet tegen armoede, op 17 oktober, is het van essentieel belang om deze realiteit in herinnering te brengen.

Wanneer basisbehoeften met elkaar concurreren

De meest recente cijfers van Statbel maken deze kwetsbaarheid meetbaar.

In 2025 verkeerde 9,4 % van de Belgische bevolking in een situatie van materiële en sociale ontbering. Dat betekent dat bijna één op de tien mensen niet over voldoende middelen beschikte om te voorzien in minstens vijf behoeften die als essentieel worden beschouwd voor een waardig dagelijks leven.

Onder de meest voorkomende moeilijkheden verklaarde 22,1 % van de bevolking niet het hoofd te kunnen bieden aan een onverwachte uitgave van ongeveer 1.450 euro.

Achter deze cijfers schuilen heel concrete keuzes.

Een doktersafspraak uitstellen. Wachten met het vervangen van een defect apparaat. Bepaalde activiteiten van de kinderen terugschroeven. De betaling van een factuur uitstellen. Minder geld uitgeven aan voedsel om geld over te houden voor de huur of energiekosten.

De Federatie van de Maatschappelijke Diensten (FdSS) kwam onlangs tot een soortgelijke conclusie op basis van de telefoontjes die binnenkwamen bij de Brusselse hulplijn ‘Hallo? Welzijnswerk’. De schuldsituaties hebben er heel vaak betrekking op basisuitgaven van het dagelijks leven: water- en energierekeningen, ziekenhuiskosten, vervoer of schoolkosten.

Armoede treft dus niet alleen wat je als ‘overbodig’ zou kunnen beschouwen. Het treft de basisbehoeften.

Er ontstaan nieuwe kwetsbaarheden

Bij deze reeds bestaande moeilijkheden komen nog de gevolgen van de huidige maatschappelijke veranderingen.

Sinds het begin van het jaar komen de eerste mensen die hun recht op werkloosheidsuitkeringen zijn kwijtgeraakt, aankloppen bij de OCMW’s. Uit officiële gegevens blijkt dat een aanzienlijk deel van hen financiële steun nodig blijft hebben na de uitstroom uit de werkloosheid.

De POD Maatschappelijke Integratie stelde deze zomer vast dat het aantal begunstigden van een leefloon een historisch hoog niveau heeft bereikt.

Deze ontwikkelingen betekenen niet dat al deze betrokkenen automatisch een beroep zullen doen op voedselhulp. Maar ze tonen wel aan hoe dun de grens tussen financiële autonomie en armoede kan zijn wanneer het inkomen niet meer volstaat om de essentiële uitgaven te dekken.

En wanneer alle andere uitgavenposten moeilijk verder kunnen worden teruggeschroefd, wordt voeding vaak een van de laatste uitgaven waarop nog kan worden bespaard.

De vraag naar voedselhulp blijft zeer groot

Deze realiteit is ook op het terrein zichtbaar.

Volgens een kwantitatieve studie die de FdSS in 2026 publiceerde, maken in België bijna 561.000 mensen minstens één keer per jaar gebruik van voedselhulp. Dat aantal is in tien jaar tijd verdubbeld.

Bij ons werden in 2019 ongeveer 670.000 maaltijden uitgedeeld binnen ons netwerk. In 2025 hebben we 1.569.180 maaltijden en voedselpakketten uitgedeeld, wat neerkomt op een stijging van 134 % in zes jaar tijd.

Deze vraag, die op een historisch hoog niveau blijft, doet zich voor op een moment dat de middelen in de voedselhulpsector afnemen. In 2026 is het federale budget voor de aankoop van levensmiddelen gedaald van ongeveer 27 miljoen naar 15 miljoen euro.

Minder middelen, terwijl de behoeften enorm blijven: het is die spanning die de Resto’s du Cœur en het Overleg over Voedselhulp op 26 september jongstleden onder de aandacht wilden brengen via ‘De rij van de lege borden’.

Weigeren om dit als normaal te beschouwen

Armoede laat zich niet samenvatten in een cijfer.

Het zit in een koelkast die minder goed gevuld raakt, in een factuur die wordt uitgesteld, in zorg waarvan wordt afgezien of in de angst voor die ene onvoorziene uitgave.

Het treft mensen met uiteenlopende levenspaden: eenoudergezinnen, alleenstaanden, gepensioneerden, studenten, werkzoekenden, maar ook werkende mannen en vrouwen van wie het inkomen niet altijd meer volstaat om alle dagelijkse kosten op te vangen.

17 oktober herinnert ons vooral aan één ding: we mogen niet wennen aan deze realiteit.

Want voldoende te eten hebben, een dak boven het hoofd, verwarming en medische zorg zouden nooit mogen afhangen van een afweging tussen behoeften die allemaal even essentieel zijn.

In de strijd tegen armoede kan elke bijdrage helpen om deze keten van solidariteit in stand te houden en ervoor te zorgen dat Resto’s du Cœur zijn begeleiding het hele jaar door kan voortzetten.